MailFacebookYoutube








 



Gemeentewapen Obdam
Op 26 juni 1816 heeft de Hoge Raad van Adel het wapen voor de gemeente Obdam bevestigd. De officiële omschrijving luidt als volgt: “Van keel (rood) beladen met drie wassende manen van goud”

Helaas is zowel in het gemeentearchief als het archief van de Hoge Raad van Adel geen nadere toelichting of argumentatie te vinden. Duidelijk is dat het wapen is ontleend aan het wapen van de familie Van Wassenaer van Obdam, die de heerlijke rechten bezat van Obdam.
Het gebruik dat familiewapens werd overgedragen aan de heerlijkheden. In veel gevallen werden de kleuren of de figuren in het wapen wel iets gewijzigd. In het geval Obdam werd niets aan de stand van de wassende manen veranderd in tegenstelling tot andere Wassenaer-gemeenten.

De traditie van het voeren van het Wassenaer-wapen voert volgens de Hoge Raad van Adel terug tot 1503, het huwelijk van Gijsbert van Duvenvoirde met Anna van der Bouchorst. Het daadwerkelijk voeren van dit wapen heeft waarschijnlijk later plaatsgehad.



De betekenis van de wassende manen in het wapen van de familie Van Wassenaer van Obdam, dus ook in het gemeentewapen van Obdam, is niet duidelijk. Volgens Elseviers Encyclopedie van de Heraldiek (H.W.M.J. Kits Nieuwenkamp) is de wassenaar of maansikkel een van de vele Maria-symbolen uit de Lauretaanse Litanie na 1500. In de Mariaverering werden de wassenaars afgebeeld met de hoorns naar boven, zoals ook in het wapen van Obdam het geval is. Volgens J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie, wordt het motief van Maria’s onbevlekte ontvangenis verbeeld door de H. Maagd staande op een wassenaar.

Behalve Maria-symbool verzinnebeeldt de (halve) maan de veranderlijkheid . Het is ook een teken van hoge genade en ernstig wetenschappelijk streven, welke laatste betekenis zich laat herleiden tot de klassieke oudheid, aldus de genoemde encyclopedie van de Heraldiek.

Een relatie tussen een van een van deze betekenissen en het wapen van de familie Van Wassenaer van Obdam is niet aangetoond.


Met dank aan Hoge Raad van Adel