Welkom op de website van Stichting Oud Obdam-Hensbroek. Hier vindt u algemene informatie over de stichting, haar bestuursleden en medewerkers, nieuws, artikelen en nieuwe en oude foto’s over Obdam en Hensbroek.

 

Nieuws 2024

Stichting Oud Obdam Hensbroek 40 jaar

Dit jaar bestaat de Stichting Oud Obdam-Hensbroek 40 jaar en dat vieren we met een speciale expositie met de titel “De canon van Obdam en Hensbroek”. In deze expositie komen de hoogtepunten uit de geschiedenis van de dorpen aan bod.

Om dit jubileum groots te vieren organiseren we nog twee extra evenementen:

– 7 november is er een historische lezing, info over de inhoud volgt nog. De aanvang is 20:00 uur en de toegang is gratis.

– 22 november organiseren we een pubkwis over de historie van Obdam, Hensbroek en West-Friesland. Extra info volgt nog. Aanvang 20:00 en er is gratis toegang.

Op 7 juli zal Stichting Oud Obdam Hensbroek op festival “Geen heden zonder verleden” staan met een informatiestal. Als u meer informatie wilt hebben van onze vereniging kunt u deze bezoeken. Voor  informatie over het festival deze link  aanklikken

Op de website van Koggenbuurtjes staat ook een vermelding van de nieuwe expositie, wilt u informatie hierover hebben, klik dan op  deze link

Opening Expositie 2024

Op zondag 5 mei opende Jos Louter, oud-burgemeester van Obdam , mede-oprichter en eerste voorzitter van onze stichting, onze expositie “De canon van Obdam en Hensbroek”.

In zijn openingswoordje stond hij stil bij het overlijden van Niek Mulder op 18 april 2024. Met Niek heeft Jos de eerste stappen gezet die geleid hebben tot oprichting van de stichting.

De expositie is te bekijken op 12, 19, en 26 mei en 2 juni 2024 van 13.00 tot 16.30 uur in ’t Tuinhuis, Willibrordustuin 1 t Obdam. U vindt het gebouw achter de supermarkt van Albert Heijn.

Expositie 2024

Op zondag 5 mei aanstaande, om 13.00 uur, opent Jos Louter, oud-burgemeester van Obdam, medeoprichter en eerste voorzitter van onze stichting, onze jaarlijkse expositie. Dit jaar bestaat onze stichting veertig jaar en dat willen we vieren met een speciale expositie met de titel “De canon van Obdam en Hensbroek”. In deze expositie komen de hoogtepunten uit de geschiedenis van onze dorpen aan bod.

Net zoals bij de canon van Nederland, of die van Westfriesland bijvoorbeeld, hebben we keuzes moeten maken. Soms hadden we geen foto’s of te weinig informatie, soms hadden we er doodeenvoudig geen ruimte voor. Toch is er genoeg te zien. Sowieso hebben we nog nooit zoveel prachtige foto’s en afbeeldingen tentoongesteld. Het aanbod is erg divers, van de ontstaansgeschiedenis tot de realisering van de nieuwste wijken, van gemeentehuizen, kerken en kroegen, van tuinbouw, veehouderij, winkels en andere bedrijvigheid, van scholen, sport en recreatie en dan de rest nog.

Iedereen die de opening wil bijwonen is van harte welkom. De expositie is gedurende de maand mei op zondag van 13.00 tot 16.30 uur te bezoeken.

Op zondag 5 mei opende Jos Louter, oud-burgemeester van Obdam , mede-oprichter en eerste voorzitter van onze stichting, onze expositie “De canon van Obdam en Hensbroek”. In zijn openingswoordje stond hij stil bij het overlijden van Niek Mulder op 18 april 2024. Met Niek heeft Jos de eerste stappen gezet die geleid hebben tot oprichting van de stichting.

De expositie is te bekijken op 12, 19, en 26 mei en 2 juni 2024 van 13.00 tot 16.30 uur in ’t Tuinhuis, Willibrordustuin 1 t Obdam. U vindt het gebouw achter de sunpermarkt van Albert Heijn.

Overlijden Niek Mulder

Op 18 april 2024 overleed op negentig jarige leeftijd Niek Mulder, mede-oprichter en erevoorzitter van onze stichting. We verliezen een man die veel voor onze stichting gedaan heeft.

In de nazomer van 1984 kwamen Niek Mulder en de toenmalige burgemeester van Obdam Jos Louter tot de conclusie dat het goed zou zijn een organisatie op te richten die tot doel zou hebben de geschiedenis van Obdam en Hensbroek te bestuderen, foto’s en andere stukken te verzamelen en gewapend me die kennis exposities te organiseren en artikelen te schrijven. Ze zochten nog drie gelijkgestemden en op 24 oktober 1984 toog dit vijftal naar notaris Willem Appel om de stichtingsakte te ondertekenen. De Stichting Oud Obdam-Hensbroek was een feit.

De eerste jaren verliepen moeizaam maar sinds de stichting de beschikking kreeg over een ruimte in het oude gemeentehuis ging het beter. Het was dan ook een grote teleurstelling toen de gemeente een andere bestemming vond voor het oude gemeentehuis en de stichting eruit moest. Niek heeft er toen voor geijverd dat het oudste deel van de te slopen Willibrordusschool mocht blijven staan en aan ons werd toegewezen.

Vanaf dat moment ging het echt goed met de stichting. We ontwikkelden een magazine dat twee keer per jaar verscheen en organiseerden jaarlijks tentoonstellingen. Het aantal donateurs steeg tot ruim 700. Niek heeft vele uren besteed aan het beter geschikt maken van de ruimte. Dat deed hij graag in zijn eentje. Hij vond dat plezierig maar dit had ook te maken met zijn gehoorhandicap. Vanwege deze handicap was het voor hem ook bezwaarlijk om de vergaderingen te bezoeken. Als erevoorzitter bleef hij toch betrokken bij het wel en wee van de stichting.

We zullen hem erg missen

Bestuur en medewerker

De gemeentevlag van de oude gemeente Obdam

De gemeentevlag van de oude gemeente Obdam

De Stichting voor Banistiek en Heraldiek heeft 15 september 1975 de gemeenteraden van alle niet-vlagvoerende gemeenten aangeschreven met het voorstel een officiële gemeentevlag in te stellen. De stichting bood haar hulp aan bij het ontwerpen van een vlag.
Burgemeester en wethouders van Obdam voelden daar wel iets voor en hebben deze Stichting gevraagd met een verantwoord ontwerp te komen.

De Stichting heeft er geen gras over laten groeien want op 25 oktober 1975 kwam zij al met een ontwerp met de volgende omschrijving:
“Rood met drie gele wassenaars, twee in de bovenhelft en een in de benedenhelft er midden onder, elke ter hoogte van 4/9 van de vlaghoogte”
De kleuren en de figuren op de vlag zijn ontleend aan het gemeentewapen van Obdam dat op op 26 juni 1816 is bevestigd door de Hoge Raad van Adel.

Bij besluit van 12 december 1975 heeft de gemeenteraad van Obdam besloten de gemeentevlag vast te stellen overeenkomstig het door  de Stichting voor Banistiek en Heraldiek voorgestelde ontwerp.

Helaas heeft de vlag maar drie jaar dienst gedaan, namelijk tot 1 januari 1979, de dag waarop de nieuwe gemeente Obdam van start ging. De nieuwe gemeente Obdam kreeg begin 1982 een vlag waarin elementen van de vlag van Hensbroek en die van de oude gemeente Obdam zijn terug te vinden.

De gemeentewapen van de voormalige gemeente Hensbroek

Het gemeentewapen van Hensbroek

Over het gemeentewapen van Hensbroek wordt verschillend gedacht. De meningen gaan van wel geestig tot ronduit belachelijk. Dit wapen geldt in ieder geval als het meest kolderieke gemeentewapen van Nederland. De naam Hensbroek is wel heel letterlijk weergegeven.

De naam Hensbroek heeft niets met een broek en ook niets met een kip te maken, “Broek” duidt altijd op drassig land en “Hen” is vermoedelijk een verbastering van de naam “Hein” .

De officiële omschrijving van het wapen luidt: “zijnde van keel beladen met een broek van goud waarop rustende een hen van zilver”. Vrij vertaald staat hier: een gouden broek waarop een zilveren kip zit. Het wapenschild is rood van kleur.
De Hoge Raad van Adel besluit op 22 oktober 1817 het wapen der gemeente Hensbroek en de heerlijkheid Hensbroek te bevestigen naar aanleiding van de aanvragen van de gemeente Hensbroek en de ambachtsheer van Hensbroek, Mr. A.W. Boele Heere van Hensbroek. De ambachtsheer vermeldt in zijn aanvraag van 8 april 1815 dat originele bewijzen van “de oortsprong van hetselve niet te vinden zijn, maar dat deze heerlijkheyt sinds mensenheugenis dit wapen voert.” Schout P. Roos, die namens de gemeente een verzoek tot bevestiging van het wapen doet, schrijft in zijn brief van 28 juli 1818 over het aloude dorpswapen van Hensbroek.

Een grappig detail is dat het wapen niet voldoet aan de regels der heraldiek (wapenkunde). Metalen mogen niet met elkaar in aanraking komen en in het wapen van Hensbroek grenzen goud en zilver aan elkaar. De Hoge Raad van Adel, ongetwijfeld op de hoogte van deze regel, is daar overheen gestapt.

Diverse mensen hebben zich al bezig gehouden met dit merkwaardige gemeentewapen. Eén daarvan is burgemeester Kooiman, die in een brief aan de Hoge Raad van Adel wijst op het wapen van Jan van Heinsbroeck, waarop een hen staat afgebeeld op een heuveltje. Dit wapen schijnt voor te komen in een uit 1450 daterend Nederlands-Duits wapenboek dat behoorde tot het stedelijk archief van Munster. Hij vraagt zich af of het wapen van Hensbroek hierin zijn oorsprong vindt. De Hoge Raad van Adel heeft deze suggestie niet kunnen bevestigen.

Wim Kooiman, zoon van de burgemeester, meldt dat op een titelblad van de kroniek van Hensbroek, een uit 1570 daterend geschrift, een wapen is getekend, waarop een hen staat afgebeeld met een broek in de linkerpoot. Eerst zat de kip dus op een heuvel, 120 jaar later heeft de kip een broek in de linkerpoot en nog weer later zit zij bovenop de broek. Wim ziet hierin een symbool van de overwinning op het water van de mens. Eerst moet hij vluchten op een heuvel, ruim een eeuw later staat hij al bijna los van het drassige land en nog weer later overwint hij het water.

Op zich is dit geen slechts verhaal, maar het sluitende bewijs ontbreekt. Dit neemt niet weg dat Hensbroek beschikt over een heel bijzonder wapen, dat geen enkel element van andere gemeente- of familiewapens bevat. Zeker is dat het wapen al eeuwen geleden is ontstaan. Laten we daarom dit meest kolderieke gemeentewapen van Nederland maar koesteren.

Jaap Kroon

Bronvermelding
– Archief van de gemeente Hensbroek
– Krantenartikel W. Kooiman

Het gemeentewapen van de oude gemeente Obdam

Gemeentewapen Obdam

Op 26 juni 1816 heeft de Hoge Raad van Adel het wapen voor de gemeente Obdam bevestigd. De officiële omschrijving luidt als volgt: “Van keel (rood) beladen met drie wassende manen van goud”

Helaas is zowel in het gemeentearchief als het archief van de Hoge Raad van Adel geen nadere toelichting of argumentatie te vinden. Duidelijk is dat het wapen is ontleend aan het wapen van de familie Van Wassenaer van Obdam, die de heerlijke rechten bezat van Obdam.
Het gebruik dat familiewapens werd overgedragen aan de heerlijkheden. In veel gevallen werden de kleuren of de figuren in het wapen wel iets gewijzigd. In het geval Obdam werd niets aan de stand van de wassende manen veranderd in tegenstelling tot andere Wassenaer-gemeenten.

De traditie van het voeren van het Wassenaer-wapen voert volgens de Hoge Raad van Adel terug tot 1503, het huwelijk van Gijsbert van Duvenvoirde met Anna van der Bouchorst. Het daadwerkelijk voeren van dit wapen heeft waarschijnlijk later plaatsgehad.

De betekenis van de wassende manen in het wapen van de familie Van Wassenaer van Obdam, dus ook in het gemeentewapen van Obdam, is niet duidelijk. Volgens Elseviers Encyclopedie van de Heraldiek (H.W.M.J. Kits Nieuwenkamp) is de wassenaar of maansikkel een van de vele Maria-symbolen uit de Lauretaanse Litanie na 1500. In de Mariaverering werden de wassenaars afgebeeld met de hoorns naar boven, zoals ook in het wapen van Obdam het geval is. Volgens J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie, wordt het motief van Maria’s onbevlekte ontvangenis verbeeld door de H. Maagd staande op een wassenaar.

Behalve Maria-symbool verzinnebeeldt de (halve) maan de veranderlijkheid . Het is ook een teken van hoge genade en ernstig wetenschappelijk streven, welke laatste betekenis zich laat herleiden tot de klassieke oudheid, aldus de genoemde encyclopedie van de Heraldiek.

Een relatie tussen een van een van deze betekenissen en het wapen van de familie Van Wassenaer van Obdam is niet aangetoond.

Met dank aan Hoge Raad van Adel

De gemeentevlag van de nieuwe gemeente Obdam

De gemeentevlag van de nieuwe gemeente Obdam

Na de vaststelling van het nieuwe gemeentewapen voor de nieuwe gemeente Obdam ontstond bij het gemeentebestuur de behoefte ook over een nieuwe gemeentevlag te kunnen beschikken. In eerste instantie kreeg Mr. G.A. Bontekoe te Oosterwolde, ontwerper van het gemeentewapen, het verzoek zich eens over deze kwestie te buigen. Al heel snel kwam hij met een ontwerp.

De gemeenteraad was niet erg gelukkig met het werkstuk van de heer Bontekoe. De raad vond het ontwerp veel te druk en vroeg de heer Bontekoe met een nieuw ontwerp te komen met daarin uitsluitend de kleuren van de oude vlaggen van Hensbroek en Obdam verwerkt. De heer Bontekoe kon niet uit de voeten met deze suggestie en gaf zijn opdracht uiteindelijk terug aan de gemeente.

Inmiddels was de Nederlandse Vereniging van Vlaggenkunde beeld. Deze vereniging had in verband met het samenstellen van een atlas voor Nederlandse overheidsvlaggen informatie gevraagd over de gemeentevlag. Nu de heer Bontekoe de opdracht had terug gegeven kreeg deze vereniging het verzoek een ontwerp te dienen dat combinatie zou vormen van de vlaggen van de voormalige gemeenten Hensbroek en Obdam, bij voorkeur een rustig ontwerp waarin zo mogelijk uitsluitend de oorspronkelijke kleuren zouden worden verwerkt.

Bij brief van 12 februari 1981 diende deze vereniging een tweetal ontwerpen in. Op eigen initiatief had de heer J.F. van Heyningen uit Utrecht ook een smaakvol ontwerp ingediend.

Het college van burgemeester en wethouders besloot de gemeenteraad voor te stellen uit deze drie ontwerpen een keuze te maken. De gemeenteraad koos in zijn vergadering van 8 januari 1982 voor een ontwerp van de Nederlandse Vereniging voor Vlaggenkunde.

De beschrijving van deze vlag luidt:
een gele hijs; een rode vlucht waarin drie gele wassenaars (1/3 vlaghoogte) staande twee in het midden en één in het midden van de vlucht.

De Dokkumer Vlaggencentrale kreeg opdracht een exemplaar van de vlag te leveren. Deze vlag heeft dienst gedaan tot de samenvoeging met de gemeente Wester-Koggenland op 1 januari 2007.

Op zoek naar de verdwenen middenstand

Op zoek naar de verdwenen middenstand

De Commissie Geschiedschrijving van het Westfries Genootschap heeft onlangs het initiatief genomen om de geschiedenis van de in hoog tempo verdwijnende kleine middenstand in West-Friesland in kaart te brengen.
Voor dit onderzoek werd de hulp ingeroepen van de vrijetijdshistorici van de verschillende plaatselijke historische verenigingen en stichtingen. Het project wordt begeleid door de historicus dr. Thimo de Nijs van de Universiteit van Leiden. De Stichting Oud Obdam-Hensbroek werkt aan dit project mee en doet onderzoek naar de verdwenen kleine middenstand van Obdam en Hensbroek. Het project moet uitmonden in de publicatie van een boek, het houden van tentoonstellingen en een speciale website. Het project is nog niet afgerond maar de Stichting Oud Obdam-Hensbroek heeft intussen een voorschotje genomen op de publicatie van de resultaten door het organiseren van een tentoonstelling over dit boeiende onderwerp. Deze tentoonstelling is gehouden in de maand februari 2008 en de organisatoren mochten zich verheugen in een buitengewoon grote belangstelling. Tientallen prachtige foto’s, oude films en middenstandsattributen riepen bij de ruim duizend bezoekers herinneringen op aan een voor altijd vergaan verleden, dat eigenlijk nog maar zo kort achter ons ligt. Ook kwamen er tijdens de tentoonstelling vele verhalen los over de vroegere middenstand en de Stichting Oud Obdam-Hensbroek is er dan als de kippen bij om deze verhalen vast te leggen. Dick Commandeur vertelde het verhaal van het kruidenierswinkeltje van zijn moeder, Aagje Commandeur-Deen

Het winkeltje van Aagje Commandeur-Deen

Cees Commandeur, geboren op 15 september 1882, was al op jonge leeftijd ouderloos. Zijn moeder overleed in 1893 en zijn vader overleed een jaar later aan de gevolgen van een val uit een boom. Cees Commandeur werd “thuisgehaald” bij Adrianus (Janus) Wijte en zijn vrouw. Wijte was de machinist van het stoomgemaal aan de Obdammerdijk. Op 30 augustus 1905 trouwde Cees Commandeur met Agatha (Aagje) Deen. Cees en Aagje gingen wonen aan de Obdammerdijk in een oud huisje achter het stoomgemaal. Later woonden Cees en Aagje in een huisje dat gestaan heeft tussen de percelen Dorpsstraat 81 (thans Bouwbedrijf Klaver) en Dorpsstraat 85 (v/h familie Henselmans). De vrouw van Janus Wijte overleed in 1912 en Janus trok toen op zijn beurt in bij het gezin van Cees Commandeur en Aagje Deen in het kleine huisje aan de Dorpsstraat. Cees Commandeur verdiende zijn brood als timmerman-aannemer en meestermolenmaker. Hij overleed op 19 januari 1924 op 41-jarige leeftijd. Aagje bleef achter met gezin met tien jonge kinderen! Door het overlijden van Cees Commandeur was het gezin in feite brodeloos. Aagje Commandeur-Deen was echter niet het type dat bij de pakken ging neerzitten en bleek een doortastende en ondernemende vrouw. Het aannemersbedrijfje werd overgedaan aan Piet Klaver en Cilia Oudejans. Aagje kreeg 100 gulden van haar zwagers en kocht daarvoor een hengselmandje en een voorraadje verpakte levensmiddelen en in een slaapkamertje van haar kleine huisje begon zij een kruidenierswinkeltje. In het begin verkocht zij uitsluitend verpakte artikelen. Een echte weegschaal met gewichtjes, nodig voor de verkoop van onverpakte artikelen, was voor haar voorlopig onbetaalbaar. De artikelen werden uitgestald op een paar planken. Aagje’s oudste dochter Grietje, nog maar veertien jaar oud, ging het huishouden doen in het grote gezin en moeder Aagje ging op haar tripjes of tripklompen met een leren bandje aan de bovenkant, de boodschappen uitventen met haar nieuwe hengselmandje.

Aagje Deen in 1905

Al spoedig was Aagje Deen in de gelegenheid een echte winkel te betrekken. Janus Wijte kocht in 1924 aan het noordeinde van het dorp een huis waarin een piepklein winkeltje. Janus verhuisde mee met het gezin van Aagje Deen naar het nieuwe winkelhuis. In het nieuwe pand kon Aagje Deen onder betere omstandigheden haar kruidenierszaak voortzetten. Het pand als zodanig bestaat nog steeds. Verbouwd tot een particulier woonhuis kennen wij de oude winkel van Aagje Deen nu als Dorpsstraat 253. Op 8 maart 1929 overleed Janus Wijte en Aagje Deen erfde het winkelhuis van de kinderloze Janus.

Om het venten te vergemakkelijken schafte Aagje een duwkar aan, ook wel bakkerswagen genoemd. Deze kar werd voortgeduwd door de kinderen Commandeur en moeder Aagje ventte de boodschappen uit. Later kwam er een transportfiets met voorop een vierkante mand en uiteindelijk werd een driewielige bakfiets met een gesloten bak gekocht. Het venten werd toen aan de kinderen overgelaten, vooral aan Aagje’s oudste zoon Jaap, geboren op 21 juni 1907. Ook in de winkel deden modernere instrumenten langzamerhand hun intrede. De weegschaal met gewichtjes werd vervangen door een moderne snelweger met een pijl voor de aanduiding van het gewicht en in plaats van een geldbak in een lade kwam er een kasregister met hendeltjes en een slinger. De prijs van het gekochte artikel werd met hendeltjes, die naar beneden moesten worden gedrukt, ingesteld op het kasregister en vervolgens werd de prijs afgedrukt op de kassabon door een aantal malen aan de slinger te draaien. Tot slot werden alle prijzen bij elkaar opgeteld en werd een kassabon afgedrukt. Ook kwam er een elektrische koffiemolen waardoor, na veel geraas van het luidruchtige apparaat, een pakje koffiebonen vers gemalen aan de klant kon worden meegegeven. Sigaren kostten, afhankelijk van de kwaliteit, 3 tot 6 cent per stuk en voor een pakje sigaretten van twintig stuks moest 15 cent worden betaald. Ook pijp- en pruimtabak gingen in ruime mate over de toonbank. Wie kent ze nog de puntzakjes “Pool’s pruimtabak” en het verschijnsel van de voornamelijk oudere mannen die op straat regelmatig een bruine straal tabakssap uitspuwden? Later kwam er ook een houten kast in de winkel met drogisterijartikelen en op zolder werden klompen en zachtlederen klompsokken verkocht. In het begin van de jaren dertig werd de winkel verbouwd. Achter de winkel werd door aannemer Piet Borst een groot pakhuis en een schuur met een grote extra zolder met houten stellingen gebouwd. Voor de vleeswaren werd een met de hand aangedreven snijmachine aangeschaft en een elektrische koelkast. Een tafelmodel van het Amerikaanse merk “Goldspot”. De slagers in Obdam waren toen nog niet zo ver. Zij gebruikten wel koelkasten om hun vlees langer te kunnen bewaren, maar gebruikten staven ijs voor de koeling.

De kruidenierszaak werd in die tijd vooral gedreven door Aagje’s zoon Jaap. Zo langzamerhand was hij de kruidenier geworden. Hij had zakelijk inzicht en veel gevoel voor reclame. “Het kleine winkeltje met de grote omzet”, was zijn slogan in krantjes en folders. Bij het tienjarig bestaan van de winkel in 1934 werden filmvoorstellingen gegeven in zaal “De Admiraal” van Jan Tambach. De toegang was gratis! De middagvoorstelling was bestemd voor de jeugd. Dit jeugdprogramma bestond voornamelijk uit de vertoning van animatiefilms zoals “Micky Mouse” etc. De meeste kinderen hadden nooit eerder een film gezien en dat betekende veel angstig gegil wanneer een auto of een trein vanaf het filmdoek schijnbaar de zaal inreed. Na afloop kregen de kindertjes een vlaggetje en wat snoepgoed. Een ongekende luxe, zo midden in de crisistijd!
Voor de volwassenen werd ’s avonds de film “De wees van het verre westen” vertoond. De hele film bestond uit zeven grote rollen en telkens moest de filmvoorstelling worden onderbroken om een volgende rol op het filmapparaat te zetten. Een van de hoofdrolspelers vertoonde een sprekende gelijkenis met noodslachter Jan Knijn, die destijds woonde op de hoek van de Lutkedijk en de Kaag. Telkens wanneer de hoofdrolspeler op het witte doek verscheen, gaf dit veel hilariteit in de zaal. Ook het volwassen publiek had waarschijnlijk nooit eerder een film gezien en men was dus niet veel gewend.

het winkeltje van de wed. Commandeur

Jaap Commandeur probeerde op allerlei manieren de klanten aan zich te binden. Ter gelegenheid van het 12½-jarig bestaan van de kruidenierszaak trakteerde hij zijn klanten weer op een filmvoorstelling. In 1938 organiseerde hij een reisje naar Ouwehands Dierenpark in Rhenen en ook ging hij met negentig dames naar de “Persilschool” in Amsterdam met aansluitend een bezoek aan Schiphol. Het nieuwe wasmiddel “Persil” was in de jaren dertig van de vorige eeuw zo revolutionair dat veel huisvrouwen moesten leren om met dit nieuwe wasmiddel om te gaan en op deze “Persilschool” werd les gegeven in het wassen met dit wasmiddel.
In 1939, bij het vijftienjarig bestaan van de winkel, kregen alle klanten een doos met boodschappen. Geheel gratis. De inhoud van de doos was afhankelijk van het uitgavenpatroon van de klant. De grote klanten kregen wat meer en de kleine klantjes wat minder. Deze actie kostte Jaap Commandeur niets. Slim had hij zijn leveranciers uitgenodigd gratis producten ter beschikking te stellen om aldus voor deze producten reclame te maken. En zij werkten hier graag aan mee.

Bij een andere actie zette hij een nieuwe fiets in de etalage en omwikkelde deze met een meterslang lint. Wanneer een klant dan zijn boodschappen had gedaan, mocht hij een schatting maken van de lengte van het lint en daarmee een kans maken om eigenaar te worden van de fiets.

Het was in die tijd heel belangrijk voor een middenstander dat hij actief was in het gemeenschapsleven. Voornamelijk om de klantenkring te behouden en te vergroten. Jaap Commandeur begreep dit heel goed en daarmee werd hij een bekend figuur in het dorp. Hij was lid van de “Propagandaclub Sint Paulus”, lid van de toneelvereniging “Rein Genoegen”, lid van het “R.K. Kerkkoor” en lid van de “Vrijwillige Landstorm”. De landstorm oefende op het schoolpleintje van de vroegere openbare school naast de smederij van Simon de Boer. Ook was hij voorzitter van de plaatselijke middenstandsvereniging, voorzitter van de “Bond voor het Gezin”, voorzitter van de plaatselijke damvereniging “Op Naar Dam” en kerkmeester van de parochie “Sint Victor”. Verder was hij bestuurslid van een inkooporganisatie en eveneens van een verkooporganisatie
Ondanks de drukte die zijn kruidenierswinkel met zich mee bracht, werd hij in 1939 toch opgeroepen door het leger en gemobiliseerd met oog op het dreigende oorlogsgevaar. Deze mobilisatie eindigde voor hem in mei 1940 op het eiland Terschelling.

Op 23 mei 1937 had Jaap Commandeur het winkelbedrijf van zijn moeder overgenomen. Moeder Aagje ging tijdelijk wonen in een woning naast de slagerij van Jan Konijn en in 1939 verhuisde zij naar de helft van een door melkboer Jan Kruunenberg gebouwde dubbele woning, vlakbij haar oude kruidenierszaak.

Jaap Commandeur op de bakfiets

De ambities van de eenvoudige dorpsgrutter Jaap Commandeur gingen echter veel verder dan zijn kruidenierswinkeltje in Obdam. In 1952 volgde hij een stoomcursus in het winkelen met zelfbediening bij de “Kijk-Grijpwinkel” van Kat in IJmuiden. Het concept sprak hem wel aan en hij verkocht in hetzelfde jaar zijn kruidenierswinkel in Obdam aan zijn broer Vok Commandeur. Hij kocht vervolgens een winkelpand in het centrum van Haarlem waarin een siersmederij gevestigd was geweest en maakte daarvan de allereerste zelfbedieningszaak van Haarlem. De “In en Uitzaak”, noemde hij zijn nieuwe winkel. In het begin liep zijn zaak uitstekend tot in zijn omgeving andere en grotere zaken het zelfbedieningsconcept overnamen. Jaap Commandeur verzette tijdig de bakens en vormde zijn zaak om tot de eerste Haarlemse zelfbedieningswinkel in Indische waren voor de rijsttafel. “De Hete Hoek”. Het bleek een schot in de roos. Hij vestigde filialen in Leeuwarden, Enschede, Nijmegen, Amsterdam-Zuid, Haarlem-Noord en een steunpunt in Ede. In de kleinere plaatsen begon hij met rijdende winkels. De naam “De Hete Hoek” werd later vervangen door “Commandeur, alles voor de rijsttafel”. Vok Commandeur werd de eerste filiaalhouder van zijn broer Jaap. Zo werd de eenvoudige dorpsjongen Jaap Commandeur uit Obdam met alleen een lagere schoolopleiding en wiens moeder, gedwongen door het overlijden van haar man in 1924 een klein kruidenierswinkeltje was begonnen, een geslaagd zakenman. Op latere leeftijd heeft hij de zaken verkocht aan zijn personeel, de rijdende winkels afgestoten en de zaak in Haarlem overgedaan aan zijn oudste dochter Atie en haar man.

Jaap Commandeur overleed op 1 april 1991 in Haarlem en zijn vrouw, Tiny Noordstrand, overleed op 9 oktober 2003 eveneens in Haarlem. Zij bereikte de gezegende leeftijd van negentig jaar.

In januari 1960 verkocht Vok Commandeur de zaak in Obdam aan Arie Rood. Deze heeft het kruideniersbedrijf voortgezet tot oktober 1978. Arie heeft de zaak toen beëindigd en het gehele pand verbouwd tot een particulier woonhuis. In 1989 verkocht hij het perceel Dorpsstraat 253 en betrok in Obdam een andere woning.

Piet Koenis,
Lelystad

LEZING: Natte handelsoorlog: Noord-Hollandse marktsteden 1500-1800

LEZING: Natte handelsoorlog: Noord-Hollandse marktsteden 1500-1800

Nog steeds overheerst het beeld van de door de Hollanders zo eensgezind tegen het water gevoerde strijd. Daarbij worden dan vaak de grote 17e-eeuwse droogmakerijen als de Beemster en de Schermer als lichtend voorbeeld aangehaald. De praktijk was echter totaal anders. Na bedijking van de Heerhugowaard dreigde er in 1625 zelfs een oorlogje tussen de marktsteden Alkmaar en Hoorn uit te breken.

Al deze strijd hing samen met de enorme betekenis van de zuivelmarkten voor het economisch leven van niet alleen Alkmaar en Hoorn, maar ook Purmerend. Ter bevordering van de bloei van die markten probeerde ieder stadsbestuur het netwerk van water- en landwegen zoveel mogelijk op de eigen belangen af te stemmen. Bij het verbeteren van de infrastructuur botsten de belangen van de verschillende marktsteden echter doorlopend. Een nieuwe sluis of vaart kon dan wel de ene stad beter bereikbaar maken, maar het risico was niet denkbeeldig dat dit ten koste van de drukte op de markten elders ging.

De klandizie van de honderden nieuwe en modern opgezette boerderijen in de Beemster, Schermer, Heerhugowaard en de andere grote droogmakerijen vormden voor ieder stad een aanlokkelijke prijs. Zij probeerden stuk voor stuk zoveel mogelijk boeren te “vangen”, waarbij ieder denkbaar middel -inclusief het aanrichten van vernielingen- werd ingezet.

Tijdens de lezing wordt de complete “natte” handelsoorlog om de beheersing van de vaarten, sluizen, overtomen en dijkwegen tussen Hoorn, Alkmaar en Purmerend aan de orde gesteld. We zullen zien hoe het Noord-Hollandse landschap aan het begin van de 17e eeuw door de landaanwinning razendsnel veranderde en hoe de kaasstad Alkmaar daar het meeste munt uit wist te slaan. Ook de opkomst van Purmerend als marktstad na de bedijking van de Beemster (1612), de Purmer (1622) en Wijde Wormer (1626) komt aan bod. Een en ander wordt toegelicht aan de hand van tientallen dia’s van historisch kaartenmateriaal en oude prenten.

Het gemeentevlag van de voormalige gemeente Hensbroek

De gemeentevlag van Hensbroek

In verband met het voornemen een Nederlands Vlaggenboek uit te geven heeft Klaas Sierksma, toen nog wonende in Groningen, de Nederlandse gemeenten aangeschreven met het verzoek informatie te verstrekken over de gemeentevlag.
Burgemeester Straathof antwoordde dat er wel degelijk een gemeentevlag aanwezig was, maar dat die bijna nooit werd gebruikt. Deze vlag bestond uit drie horizontale banen in de kleuren rood, geel en blauw, langs de stok, ongeveer over de halve lengte van de vlag in de rode (bovenste) baan en voor de helft in de gele baan het wapen der gemeente op een rode ondergrond, de hen in witte kleur en de broek van geel, beiden met zwart afgezet. De vlag was, voor zover hij kon nagaan, nooit officieel vastgesteld.

De onofficiele vlag van Hensbroek, gebruikt bij het 40-jarig regeringsjubileum van
H.M. Koningin Wilhelmina in 1938

De heer Sierksma liet weten dat dit geen officiële gemeentevlag was maar een vlag die gebruikt was bij de feestelijkheden rond het veertig jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina. Hij bood aan geheel kosteloos een gemeentevlag voor Hensbroek te ontwerpen.Burgemeester Straathof liet bij brief van 1 maart 1962 weten graag van dat aanbod gebruik te willen maken.
Gebaseerd op het unieke gemeentewapen van Hensbroek kwam de heer Sierksma met het volgende voorstel:
“Afgeknot driehoekig en tot halverwege de vlaglengte ingesneden met twee banen van geel en rood, waarvan de lengten zich verhoud als 1 : 3 ”

De Hoge Raad van Adel vond het afgeknot driehoekig weergeven van de boven- en onderzijde maar niets en stelde voor de boven- en onderzijde evenwijdig te laten lopen. De omschrijving, die de Hoge Raad van Adel voorstelde, luidde:
“Rechthoekig, waarbij de hoogte tot de lengte zich verhouden als 2 : 3; ingesneden tot halverwege de lengte van de vlag; twee verticale banen, van broekzijde af, in geel en rood. De lengte van de gele baan verhoudt zich tot de lengte van de rode baan als 1 : 3 .

Aldus is de vlag op 4 september 1962 door de gemeenteraad vastgesteld. Verkade Vlaggenfabriek N.V. te Vlaardingen kreeg de opdracht een exemplaar van de vlag in de afmetingen van 2 x 3 meter te leveren. Voor zover bekend is het bij dit ene exemplaar gebleven. Tot 1 januari 1979, de datum van de gemeentelijke herindeling, is deze vlag bij bijzondere gelegenheden gebruikt.